Arbeidsdeskundig onderzoek spoor I/II

Arbeidsdeskundig onderzoek spoor I/II

Conform de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) hebben zowel de werkgever als ook de medewerker de opdracht om gezamenlijk zorg te dragen voor een adequate re-integratie van de zieke medewerker binnen of buiten de eigen organisatie.

dood-spoor-nieuw-perspectief

Primair wordt gekeken of, met inachtneming van de functionele mogelijkheden van de medewerker, re-integratie in de eigen functie mogelijk is.

Als de eigen functie niet meer passend wordt geacht en niet passend te maken is, dan moet worden onderzocht of ander, passend werk bij de eigen werkgever tot de mogelijkheden behoort. Daarbij gaat het om bestaande arbeidsplaatsen en/of formatieruimte. In de Beleidsregels Beoordelingskader Wet Verbetering Poortwachter wordt benoemd dat het niet van een werkgever geëist wordt formatieruimte of functies te creëren. Ook hoeft niet dusdanig met taken en functies geschoven te worden dat de bedrijfsvoering in het gedrang komt. Het overige personeel mag niet onredelijk belast worden om de zieke medewerker te ontzien, dat zou immers meer ziekteverzuim in de hand werken. Wel mag verwacht worden dat de werkgever schuift met werktijden en aanpassingen op de werkplek doorvoert.

Het UWV verwacht een onderbouwing en vastlegging van de bevindingen van functionele arbeidsongeschiktheid en (on)mogelijkheden tot herplaatsing, middels een beschrijving van de inhoud en de belasting van de eigen en andere functies bij de eigen werkgever, uiteraard afgezet tegen de belastbaarheid van de medewerker.

Als duidelijk is dat terugkeer bij de eigen werkgever niet meer mogelijk is, verwacht het UWV dat werknemer en werkgever er alles aan doen om de kansen op werk te vergroten: er dient een re-integratietraject ingezet te worden om de werknemer te begeleiden bij het vinden van passend werk op de vrije arbeidsmarkt (Spoor II).
Schras Consultancy biedt hiervoor het arbeidsdeskundig onderzoek aan.

Vraagstelling in dit onderzoek:

  • Is het eigen werk van mijn werknemer nog als passend aan te merken?
  • Zijn er bij de eigen werkgever mogelijkheden te hervatten in een andere functie?
  • Zijn er interventies noodzakelijk (zoals scholing, aanpassing werkplek)?
  • Is inzet van een re-integratietraject met als doel “werkhervatting op de vrije arbeidsmarkt” (spoor II) aan de orde?

Als werknemer zich niet kan vinden in voorstellen voor passend werk of het verloop van het re-integratietraject, of van mening is dat de adviezen die gegeven worden omtrent werkhervatting niet opvolgbaar zijn, dan dient de werknemer een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen (www.uwv.nl). Ook de werkgever kan een deskundigenoordeel aanvragen.

Wanneer is inzet van een arbeidsdeskundig onderzoek nodig?

  • Als de bedrijfsarts aangeeft dat werknemer vermoedelijk niet meer terug zal kunnen in het eigen werk;
  • als uw werknemer een jaar ziek is en re-integratie is nog niet op gang of stagneert;
  • als u inzichtelijk wilt krijgen welke mogelijkheden er zijn voor uw medewerker in andere functies in uw bedrijf.

Wat zijn de stappen in het onderzoek?

De gegevens die nodig zijn voor het onderzoek worden verzameld, zoals het verzuimdossier, informatie over het bedrijf, de functieomschrijving van de medewerker en de gegevens over de belastbaarheid van de medewerker (deze gegevens worden verstrekt middels de zogenaamde “functionele mogelijkhedenlijst” of afgekort FML die de bedrijfsarts opstelt).

Vervolgens wordt er een gesprek gevoerd met de werknemer en met de werkgever over de mogelijkheden die er zijn, de knelpunten die ervaren worden, wat er tot op heden is gebeurd en wat de visie is voor de toekomst.

Aansluitend wordt de werkplek onderzocht om in kaart te brengen hoe de belasting in de eigen functie eruit ziet. Zo nodig worden ook andere werkplekken onderzocht.

Na afronding van het onderzoek volgt er een rapport met daarin advies over vervolgacties. Dit rapport is een belangrijk document voor het gehele verzuimtraject omdat de inspanningen die u als werkgever hebt gedaan erin vastgelegd zijn. Dit document dient bij een eventuele WIA-aanvraag gevoegd te worden. Bovendien verwacht het UWV van u als werkgever dat u in een re-integratietraject inzichtelijk maakt of er mogelijkheden in uw bedrijf en – mocht dat niet zo zijn – dat er een onderbouwing is waarom er een re-integratietraject ingezet wordt.